Interactief en uitdagend wiskundeonderwijs
 
 

De doelstellingen van Ratio

De opkomst van de computer en de veranderingen van de laatste jaren in de structuur van het middelbaar onderwijs nodigen uit tot een nieuwe vorm van wiskunde-onderwijs: onderwijs dat aangeboden wordt via het internet, geschikt voor de actieve, zelfstandige leerling. Er is al veel uitdagende wiskunde op het internet beschikbaar. Bovendien zijn er binnen het wiskundeonderwijs veel vernieuwende ideeën, zowel inhoudelijk als didactisch. Maar de samenhang tussen deze twee zaken ontbreekt. Ratio is opgericht om de wiskunde toegankelijker te maken voor de leerling door deze zaken te combineren. Zij richt zich op 10-18 jarigen, onderverdeeld in drie groepen: de hoogste klassen van de basisschool, de onderbouw van het vwo en de bovenbouw van het vwo. De laatste jaren is de belangstelling van leerlingen voor een studie in de beta-wetenschappen erg klein. We hopen door dit initiatief bij leerlingen meer interesse te kweken voor de beta- en techniekstudies.

Het initiatief voor dit projekt is genomen door F.J. Keune in zijn inaugurele rede van 21 april 1998.

Beoogde resultaten
Ons uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een complete, samenhangende ICT-wiskundemethode voor de vwo-leerling van vandaag.
Deze zal een uitdagend en interactief karakter hebben en gebruik maken van de extra mogelijkheden die internet en de computer bieden.
Er zal naar niveau worden gedifferentieerd: een minimumroute en mogelijkheden om meer te doen, afhankelijk van de interesse en de aanleg van de leerling. Deze verdieping kan wiskundig van aard zijn, maar ook de geschiedenis van de wiskunde zal hiertoe behoren.
Het materiaal kan door de leerlingen naar keuze in schoolverband, in buitenschoolse activiteiten of geheel individueel worden doorgewerkt.
De methode wordt via het internet aangeboden.
De betreffende websites zullen voor iedereen vrij toegankelijk zijn. Voor geregistreerde klassen en individuele deelnemers komen er extra faciliteiten zoals: adviezen, diagnostische toetsen, regionale bijeenkomsten en certificaten.

Eigenschappen van de methode
Voordelen van een ICT-methode boven een traditionele methode zijn:

  • Leerlingen kunnen in hun eigen stijl en tempo (buiten de klassikale situatie) aan de stof werken.
  • Extra oefenmateriaal kan eenvoudig gegenereerd worden.
  • Het internet biedt een schier onuitputtelijke bron van links naar verrijkingsmateriaal; de website van Pythagoras is hier bijvoorbeeld goed voor te gebruiken.
  • Leerlingen kunnen via links eenvoudiger eerder behandeld materiaal en bekend-veronderstelde begrippen terugzoeken.
  • Het onderwijs wordt door gebruik van applets dynamischer. De applets worden speciaal voor Ratio ontwikkeld en geïntegreerd in de methode.
  • De computer biedt de mogelijkheid op verschillende plaatsen differentiatie aan te bieden terwijl de stof voor de leerling overzichtelijk blijft.
  • Communicatie tussen leerlingen met gelijke interesses van verschillende scholen is mogelijk (chatbox).
  • De methode kan eenvoudig onderhouden en aangepast worden.
Ons uitgangspunt voor de methode is de belevingswereld van de leerling en zijn abstractieniveau. Wiskundige begrippen worden vanuit de leefwereld gevormd. Daarna worden deze in de 'wiskunde-wereld' nauwkeurig vastgelegd. Waar mogelijk zal deductief te werk gegaan worden. Bovendien zal er aandacht zijn voor toepassingen in andere beta-wetenschappen. Er zal duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen de leefwereld en de wiskunde en er wordt ruim aandacht besteed aan reflectie. In de lay-out komt tot uiting in welke component een stuk stof thuishoort, zodat het de leerling steeds duidelijk is waar hij/zij mee bezig is. Het creatieve aspect van de wiskunde zal worden benadrukt door problem-solving-activiteiten en onderzoeksvragen. Deze kunnen als basis dienen voor een praktische opdracht.

De praktijk
De Ratio-methode is specifiek geschreven voor VWO-leerlingen. Het is mogelijk een deel van de leerlingen met Ratio te laten werken, terwijl de overige leerlingen met een standaard, traditionele methode werken. De voorkeur gaat er echter naar uit met de hele klas aan de Ratio-methode te werken. Door de mogelijkheid tot verdieping binnen de methode en de onderzoeksopdrachten is er mogelijkheid tot differentiatie naar niveau.
De Ratio-leerlingen werken min of meer zelfstandig (alleen of in tweetallen) achter de computer. De docent speelt echter nog steeds een belangrijke rol in het leerproces. Bij voorkeur eens per week vindt er een klassengesprek plaats onder leiding van de docent om over de stof te discussieren.
Bij elk hoofdstuk horen een of meerdere onderzoeksopdrachtjes, die de leerlingen in groepjes kunnen uitvoeren. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een proefwerk op papier. Ter voorbereiding hierop is er een `test jezelf'.
Voor de leerlingen moeten voldoende computers op school aanwezig zijn en bij het inroosteren van de lessen zal hier rekening mee gehouden moeten worden.

Ontwikkeling
Als uitgangspunt voor de stof van de ICT-methode zullen teksten van de Wageningse Methode genomen worden; deze sluiten goed aan bij onze ideeën. De methode zal door auteurs van deze methode in samenwerking met medewerkers van de subfaculteit wiskunde van de KUN ontwikkeld worden. De expertise op het gebied van de didactiek van de wiskunde die we hiermee in huis hebben is een goede basis voor het opzetten van een nieuwe onderwijsmethode. Het onderzoek zal zich op de rol van de computer in het wiskunde-onderwijs concentreren. Voor de technische realisering zal gebruik gemaakt worden van de in de beta-faculteit van de KUN aanwezige kennis. (Ook de opleiding wiskunde van de KUN gaat ICT in haar eigen cursussen verwerken.) De opzet, via internet, is zo gekozen dat iedere geïnteresseerde leraar aanvullingen en suggesties kan leveren en zelfs een deel van de methode kan schrijven.